Wind, sneeuw en een ijzige kou, de gevoelstemperatuur lag ver beneden de -20. De Weissensee doet vaak liefelijk aan, maar gisteren was alles anders. Alleen de allersterksten wisten te finishen in de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. De 21-jarige Simon Schouten was er één van. Daarmee bewees de Andijker dat hij een grote toekomst voor zich heeft liggen.
Jens Zwitser was de onbetwiste nummer één van de 200 kilometer lange barre tocht. Hij soleerde zo’n 40 kilometer en finishte met een minuut voorsprong. Daarachter was een boeiend gevecht aan de gang. Een gevecht tussen absolute cracks op deze afstand en een aantal jongelingen. Robert Bovenhuis bijvoorbeeld, die derde werd, en Simon Schouten die in het kleine achtervolgende groepje strijders naar een vijfde stek sprintte. Ze kregen mannen als Ruud Aerts, Peter van de Pol en Rob Hadders op de knieën.
“Dit is een ongelofelijk knappe prestatie”, zegt René Ruitenberg. Die reed zelf 150 kilometer en stopte nadat hij de aansluiting met de kop van de koers verloor. “Een klein beetje met het oog op volgende week.”
Schouten zelf was vooral kapot. “Mijn rug doet ongelofelijk pijn. En wat duurt zo’n 200 kilometer lang. Aftellen, aftellen, iedere ronde weer.”
Niet alleen bewees Schouten dat hij ongelofelijk taai is, hij reed ook een slimme koers. Hij was op de goede momenten scherp en zat continu bij de beste mannen van voren, schuwde het kopwerk niet. “Maar op het laatst kon ik echt niet meer. Ik was voor mijn gevoel al heel vroeg helemaal kapot.”
Arjen Becker was ook vroeg kapot. De specialist op deze afstand zat lange tijd in de kopgroep, leek makkelijk te rijden. “Maar de accu was al vrij snel leeg”, bekende de leraar uit Maarssen. Hij moest na 150 kilometer de kopgroep laten gaan, maar die kopgroep werd enkele kilometers later zelf ook ingerekend, terwijl Jens Zwitser toen begon aan zijn solo.

©Timsimaging
© Team Van Werven